Legitimatie verplicht gesteld
Vanaf 1 oktober diende elke Nederlander van vijftien jaar of ouder zich te allen tijde afdoende te kunnen legitimeren. In een circulaire aan de burgemeester, afkomstig van de Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken, was te lezen wat als legitimatiebewijs kon worden beschouwd. Dat waren: een geldig paspoort, een bewijs van Nederlandschap dat niet ouder mocht zijn dan één jaar, een distributiestamkaart die voorzien moest zijn van een goed gelijkende, met een gemeentestempel gewaarmerkte foto, of een door de burgemeester uitgegeven identiteitsbewijs dat niet ouder mocht zijn dan een jaar.

Identiteitsbewijs van Elizabeth van de Berg-Degeling.
Collectie J. Prooi.
Een ambtenaar die distributiestamkaarten van een gestempelde foto voorzag werd opgedragen de aanvrager deugdelijk te ondervragen, andere legitimatiebewijzen te vragen of met behulp van getuigen de juistheid van de gegevens te controleren. Met nadruk werd gewezen op de verantwoordelijkheid van de ambtenaar en op de ernstige gevolgen, welke voor hem uit de ontdekking van een vervalsing, misleiding of onrechtmatig gebruik van een aan een ander toebehorend bewijs kon voortvloeien.
Vanaf het moment dat de eerste bommen op het eiland Rozenburg vielen hield Sala, in het dagelijkse leven kapper en drogist, een registratie van de explosieven in zijn zakboekje bij. Op 9 juli liet de RAF negen bommen en 20 brandbommen op Rozenburgs gebied vallen. De Britten beschikten in het begin van de oorlog alleen over staafvormige brandbommen van twee kilo die gemakkelijk te blussen waren. Volgens Sala kwamen de explosieven terecht in de omgeving van de boerderijen van N.C. van Exel, Kl. Barendregt en A. van Gaalen. In Blankenburg viel een brandbom door het dak van de woning van Klaas en Ans Groenewegen. Klaas en Ans waren op 5 juni getrouwd, dus in de wittebroodsweken.
Kommertje Maartje Noordam-Olivier: “Klaas en Ans waren onze buren. Het stikte daar van de rook, ook bij ons in huis. Toen Sala en de burgemeester ‘s avonds bij hun huis poolshoogte wilden nemen, lag het pas getrouwde paar al in bed.”
Klaas van Exel: “Er viel een bom bij een dampaal. Die paal maakte een flinke luchtreis, hij kwam met de punt omlaag naar beneden en stond even later rechtop bij Niek van Gaalen in het land.”

Arie van Ham en Jacob Romers met een blindganger.
Foto: Gemeentearchief Rozenburg.
In de nacht van 1 op 2 oktober werden er in de omgeving van het geschut bij de boerderij van Berkhout zeven bommen afgeworpen. Eén bom kwam op een huis terecht, de overige vielen in open terrein. Volgens aantekeningen van Mattheüs Sala vielen er vier bommen bij de villa ‘t West van de familie J.C. de Haas van Dorsser aan de Bomendijk en twee in de omgeving van boerderij Oud Rozenburg van Piet Lievaart. Sala noteert de laatste gegevens op 21 november in zijn zakboekje. Het aantal geregistreerde explosieven bedraagt dan al 62 stuks.

Aantekenboekje van Mattheüs Sala.
Collectie Gemeentearchief Rozenburg.
/In de vroege morgen van zaterdag 7 december vinden Jaap en Leen Looij bij hoog water een aangespoelde mijn op 100 meter vanaf de Krabbe-Oudestee, richting Brielse Heuvel. Jaap pakt de mijn op en laat hem aan de andere kant van de dijk rollen, waar het projectiel in een sloot terechtkomt. Beide broers liggen achter de dijk in dekking, maar er gebeurt niets. Wanneer ze op die ochtend nóg twee mijnen zien liggen op de hoek van de Krabbedijk en het Simonsdijkje, geven ze dit direct door aan gemeenteveldwachter Hardebol.
De veldwachter komt samen met Sala om de mijnen op te halen. Sala steekt een stok door de handgreep van een gevonden mijn en hangt die over een schouder. Terwijl hij de dijk opklimt schuift de mijn van de stok en ontploft. De gevolgen zijn schokkend: Sala is dood en Hardebol zwaar gewond. Op 11 december wordt Sala onder grote belangstelling begraven. Mattheüs Sala was getrouwd met Geertje van Egmond. Het echtpaar had een zoontje.

Pet, beenkap en schoen van gemeenteveldwachter
Hardebol na de explosie.
Foto: Gemeentearchief Rozenburg.

Het type bom waardoor Sala de dood vond,
Foto: Gemeentearchief Rozenburg.
Kerstmis 1940

De Kerkdijk te Rozenburg.
Foto: Historische Vereniging Oud Rozenburg.
Uit het dagboek van Lijntje Moree: “Deze kerst ging in alle stilte voorbij. Eerste kerstdag viel er sneeuw. Een witte kerst in een zwarte wereld. Tweede kerstdag stonden we op de schaats, terwijl er geen vliegtuig in de lucht te bekennen was. De Koningin sprak een kerstboodschap uit Londen. Eerste kerstdag tot het Nederlandse volk en tweede kerstdag tot Oost- en West-Indië. Het was moeilijk verstaanbaar, de stoorzenders waren blijkbaar actief. Nu loopt het tegen oudjaar, maar het is zo anders dan vroeger. Deze tijd van het jaar was voorheen zo mooi, zo vol vreugde. Nu zijn het moeilijke dagen. In het normale dagelijkse leven gaat het nog wel, maar de feestdagen wekken weemoed op.”