Geschiedenis van de voetbalvereniging HVO
Personeelsorgaan Havenbedrijf Vlaardingen Oost, juli 1966
Deel 4
Met eigen veld en eigen keet gingen we weer bergopwaarts en zorgden in 1947 onze eigen leden0ijzervreters, dat we zelfs ook nog een lichtmast kregen voor training in de winter.
Hadden we ons derde lustrum door de oorlog stilzwijgend voorbij laten gaan, dit jaar deden we dat zeker niet bij ons vierde lustrum. Er werden voor al onze drie elftallen seriewedstrijden georganiseerd, waaraan de verenigingen Sunlight, Zwaluwen en Excelsior M meededen. Ook aan de oudjes werd gedacht door de nodige veteranenwedstrijden.
Het hoogtepunt van ons 20-jarig bestaan was de feestavond gehouden in De Oude Markt, met vele genodigden van het bedrijf en met een zeer gevarieerd en goed programma.
Wij speelden nog altijd 1e klas RVB en ons eerste elftal zag er als volgt uit:
S. van Leeuwen
T. Hakker W. Barendregt (aanv.)
J. Visser M. v.d. Lely P. Berkhout
W. van Eysden A. van Roon J. van Everdingen D. Berkhout K. Assenberg

In 1949 kregen we de kans om er op het terrein een klein voetbalveldje bij te krijgen, wat inhield, dat een lang gekoesterde wens, ook met junioren te gaan voetballen, in vervulling kon gaan, en met een beetje propaganda konden wij met twee elftallen starten. Dit bracht vanzelfsprekend ook meerdere kosten mee en om deze enigszins te dekken kreeg het bestuur een pracht van een idee……
Immers, het maaien van de voetbalvelden kostte geld. Als men nu in het voorjaar lammeren kocht, dan kon men deze op de velden laten grazen. Men spaarde dus al direct het basisloon, en aan het einde van het seizoen kon men dan de inmiddels tot schapen gegroeide, vol en zat gevreten dieren, met grote winst verkopen.

We gunden iedereen wat, en zo gebeurde het, dat er op een stralende voorjaarsmiddag een 50 tal lammeren op de velden huppelden, 25 van HVO en 25 van een kerkgenootschap. Al spoedig bleek, dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn was. Om te voorkomen dat men niet overal op het terrein over een schaap kon struikelen, werden er om de velden afrasteringen geplaatst.
Ook moet er een nachtverblijf komen en tenslotte ook een schapenherder, omdat ook deze dieren hun verzorging en toezicht nodig hebben. Voor de aanvang van een voetbalwedstrijd moesten alle schapen dan weer ergens anders heen worden gedreven, en voor degene, wat zij achterlieten, had men dan weer voetballers, die meer naar de grond, dan naar de bal keken, dan naar de bal keken.
Al met al geen succes en alleen door het feit dat de schapherder meer voor voetbal dan voor de kerk voelde (de meeste schapen die dood gingen, waren van de kerk) zijn wij er zonder kleerscheuren afgekomen.