Staaldiepsedijk. Ds. Dijkman drong aan het eind van de 19de eeuw aan op de bouw van een kerk bij de Brielse Heuvel, omdat de afstand naar de kerk in Blankenburg te ver was voor bewoners uit het westelijk deel van het eiland. De plannen tot de bouw van de Westerkerk werden werkelijkheid. De bouwgrond werd aangekocht op 30 mei 1903. De eerste steen van de kerk werd gelegd op 11 mei 1904. Op zondag 16 oktober van dat jaar vond de ingebruikneming plaats, het kerkorgel werd in gebruik genomen op kerstavond. In september 1965 werd de laatste kerkdienst gehouden in de Westerkerk. Aan deze dienst werd meegewerkt door het Hervormd kerkkoor en de trompettist Jan Romers. Een sloopbedrijf kwam in 1966 de kerk met de grond gelijk maken. Tijdens de sloopwerkzaamheden werden de orgelpijpen, gemaakt van een legering van tin en lood, ontvreemd.

 

Dit nieuwe dijkhuis aan de Staaldiepsedijk behoorde toe aan Leen Luyendijk die op latere leeftijd trouwde. Hij was een bekende paardenhandelaar die dikwijls prijzen won. Jarenlang pachtte Luyendijk jachtterrein, met zijn dubbelloops jachtgeweer was hij op jacht naar hazen. Die waren schadelijk voor de gewassen van boeren en tuinders die meestal niet in het bezit waren van een jachtakte. Voor Luyendijk was het jagen sport en hij verdiende er ook nog wat mee. Grote drijfjachten met drijvers en honden leverden dikwijls een behoorlijke jachtbuit op. Na het overlijden van Luyendijk op 7 januari 1960 is zijn vrouw Gerritje van Son met haar twee kinderen, Ria en Jan, vertrokken van Rozenburg. In het lage huisje ernaast hebben zijn zussen Leentje en Koosje tot aan de sloop gewoond. Leentje was huishoudster bij Jochem en Kees van Gaalen op hun boerderij aan de Staaldiepsedijk. Koosje was huishoudster bij Lena en Niek van Gaalen in Villa Jacoba aan de Molenweg.

 

De op- en afrit van en naar de Staaldiepsedijk werd de Brielse Heuvel genoemd. Het veerhuis, annex boerderij, stond in de lengte van de dijk en werd net als die aan de Maassluise Veerheuvel, omstreeks 1728 gebouwd. De gemeente Brielle die aan beide zijde van de Brielse Maas een boerderij met aangrenzend een veerhuis stichtte, kocht er grote stukken land bij. De boerderij met een gelag-wachtkamer werd verpacht. In de gelagkamer werden melk, bier, limonade en rookwaren verkocht. Vanaf 1927 pachtte Adriaan Quak, die getrouwd was met Trijntje Korres, deze boerderij voor de tijd van zes jaar als opvolger van Piet Qualm. Op verzoek bracht Adriaan passagiers met de koets naar de Maassluise Veerheuvel. In 1931 startte de gebroeders P. en B. van Noort een busdienst tussen Brielle en Rozenburg en werden de gelag- en wachtkamer opgeheven. Tot de opheffing in 1963 heeft Quak hier gewoond en gewerkt. Adriaan vertrok naar Emmeloord, zijn zoon Willem naar Pilsum in Duitsland. Adriaan keerde in 1965 weer terug naar Rozenburg.

 

Dit is de Sionskapel van de Hervormde Gemeente Rozenburg in de Scheurpolder. De ingebruikname van het eenvoudige kerkje was op 28 december 1954. Het was bestemd voor kerkdiensten en catechisatie voor de Hervormde bewoners van de polders in de omgeving van het natuurreservaat De Beer. Omstreeks 1961 kwam de gemeenteraad van Rotterdam met voorstellen voor grote veranderingen; het gebied werd bestemd voor de aanleg van Europoort. De boerderijen werden onteigend door de gemeente Rotterdam, de agrariërs moesten ergens anders een nieuw bestaan opbouwen. Er werd wekelijks een kerkdienst gehouden in de Sionskapel, maar daar kwam een einde aan toen de kerkgangers vertrokken. De kapel werd daarna door een firma die daar werkzaamheden uitvoerde, gebruikt als directiekeet.

Vervolgen