
Door de
Christelijk Gereformeerde Gemeente van Rozenburg werd op 11 oktober 1907 een
perceel grond gekocht aan de Zanddijk. Bij W. Oosterlee werd een houten kerkje
aanbesteed voor een bedrag van 860 gulden. Het kerkje vroeg veel onderhoud en
het was er tochtig. In 1910 werd besloten tot de bouw van een stenen kerk.
Aannemer J. Oosterlee bouwde de kerk. De komst van ds. L.H. Beekamp in 1922
betekende een periode van nieuwe bloei. Al spoedig bleek de kerk te klein. Men
nam het besluit voor de verbouwing van de kerk. Het bedrijf van J.N. Barendregt
kreeg de bouwopdracht. Het was een volledige kruiskerk geworden met in de korte
vleugel de kansel en de kerkenraadbanken. De kerk bezat een klein torenspitsje
met daarin een luidklok. De ramen waren in glas en lood uitgevoerd. In 1960 werd
de kerk met vochtwerende witte verf behandeld omdat de muren vocht doorlieten.
In de volksmond werd het daarna het witte kerkje genoemd.

Gezicht op de
Zanddijk. In 1984 besloot de Rozenburgse gemeenteraad dat het witte kerkje aan
de Zanddijk moest worden gesloopt. Al in 1967 had de gemeenteraad van Rozenburg
het erfpachtrecht met de daarop gebouwde kerk en de pastorie overgenomen van de
Christelijk Gereformeerde Gemeente. Daarmee was het lot van het kerkje dat in
1923 in gebruik werd genomen, bezegeld. De laatste kerkdienst werd gehouden op
26 oktober 1969. Daarna was het tot 1981 een atelier voor Leo van Oudheusden,
vervolgens voor enkele jaren werkplaats voor een schildersbedrijf. Op 18 maart
1985 was het zover, in alle stilte werd het kerkje afgebroken. Er was geen
ruchtbaarheid van datum en tijdstip gegeven.

Zanddijk.
In het midden van de 17de eeuw was de visserij voor enkele Rozenburgers een bron
van inkomsten. Ze begonnen met de zeevisserij door te gaan werken bij reders in
Maassluis en leerden daar het vak. Later gingen zij zich toeleggen op de
binnenvisserij, waarbij aal, spiering en zalm gevangen werd. Op 15 mei 1886 werd
vergunning verleend voor het aanleggen van een viskade langs de
Blankenburgsehaven. Er vonden uitbreidingen plaats, achteraf bleek dat men toch
te optimistisch was geweest. Het was niet meer winstgevend en in 1897 werd de
onderneming opgeheven. In de tijd van de zalmvisserij in de rivieren rondom
Rozenburg zijn een aantal zalmschuren aan de Zanddijk gebouwd. Toen de
zalmvisserij op Rozenburg op zijn retour was, werden deze schuren omgebouwd tot
woonhuis. De laatste bewoner op nummer 100 was mandenmaker Marinus van Andel,
het pand werd op 24 september 1976 gesloopt.

Even
voorbij de zalmschuur aan de Zanddijk het begin van de Zandweg, richting Brielse
Heuvel. De Zandweg was een oude weg waar tol werd geheven. Alleen tegen
betaling voor het voetsman- of wagenveer kon men via de Volgerweg en de Zandweg
naar Brielle of Maassluis reizen. Links de boerderij van Siem en Kees Voorberg.
Daarnaast de zadelmakerij van Willem van Dongen, hij was tevens schoenmaker. Het
pand links aan het begin van de Zandweg is een boerderij geweest die verbouwd
werd tot een aantal woningen. Het werd op Rozenburg ‘de kraton’ genoemd. Een
kraton is het paleis van een sultan op Java. Dit pand was echter geen paleis
voor de bewoners aan de Zandweg. Enkele families die daar hebben gewoond: Jacob
Stougie, Jo de Regt, Jaap van Dongen en Jan van Dijk.

In het linker huis aan de driesprong Zanddijk, Zandweg en de Vinkseweg heeft Leen van der Hout gewoond, daarna Jan Breukel. In het andere huis woonde Cornelis Louwe en daarna Cor van Vliet. Louwe, die getrouwd was met Geertje Gille, liet in 1933 deze woning aan de Vinkseweg bouwen. Van het houten bruggetje rechts op de voorgrond maakten Jan van Dijk en zijn vrouw Pietje Visser gebruik om van en naar hun huis te gaan.