
In
de eerste helft van de zeventiende eeuw woonden niet veel mensen op het eiland
Rozenburg. Te weinig om een kerk of een predikant te onderhouden. Gelovige
eilandbewoners gingen in Zwartewaal naar de kerk. Vanaf 1644 kwam ds. Johannes
Pythius van Zwartewaal wekelijks naar een boerderij, die later de naam Oud
Rozenburg zou krijgen, om daar in kerkdiensten voor te gaan. In 1657 werd
dominee Johannes van Schoonhoven beroepen. Twee jaar later begon men met de bouw
van de Zuiderkerk. De kerk werd in 1936 gesloopt, de kerktoren bleef voorlopig
dit lot bespaard. Burgemeester Just de la Paisières was voor het behoud van de
toren, de gemeenteraad was met zes van de zeven raadsleden, tegen. Op 28 juni
1951 wordt de sloop aanbesteed, met aparte behandeling voor de handgevormde
stenen.

In dorpen of
buurtschappen werd recht gesproken in een herberg of daarbij behorende ruimte.
In het buurtschap Blankenburg woonden de meeste inwoners van het eiland
Rozenburg en vanzelfsprekend werd daar een herberg gevonden dat later bekend
werd als het Oude Regthuys. Van 1933 tot 1965 woonde het gezin van Jan Monteny
in dit overbekende pand in Blankenburg. Naast hen woonden de families Koreman,
De Bruin en Quak. Henk Koreman was zowel fietsenmaker als koude smid. Jarenlang
verzorgde hij het loodgieterswerk voor alle nieuwe huizen die Huib Ouwendijk
bouwde.

Op
de achtergrond de Blankenburgseweg met de manufacturenwinkel van Pleun Breukel.
Links daarvan de elektra- en rijwielzaak van Jacob Kleijwegt. Aan de
rechterzijde van de Rozenburgsedijk het huis van de familie Arij Romers. Zij
woonden daar van 1936 tot 1956. Daan Noordam kocht het pand van Romers om naast
het huis van zijn ouders, Bruin Noordam en Jannetje Lena van der Wagt, te kunnen
wonen. Toen Bruin Noordam de woning aan de Rozenburgsedijk kocht, trok hij erin
met zijn ouders en zus Marie. Bruin had een handel in schoonmaakartikelen. In
december 1964 verhuisde Bruin Noordam met zijn vrouw Jannetje naar de
ouderenwoning Blankenburg 17. Als laatste vertrok Daan Noordam op 23 april 1965
van de Rozenburgsedijk. Het pand aan de linkerzijde was vanaf 1877 in het bezit
van de familie Kleijwegt.

Vanaf de
winkel van Pleun Breukel aan de Blankenburgseweg het begin van de
Rozenburgsedijk. In het pand rechts woonde de in 1852 geboren Koos Kleijwegt.
Hij trouwde in 1877 met Antje Gille. Haar vader was metselaar en hij stond er op
om voor zijn dochter en schoonzoon deze woning te bouwen. Koos had in het pand
een kruidenierswinkel, maar hij verkocht er ook kolen en hout. Verder bezat hij
paarden, koeien en wat bouw- en weiland. In zijn huis werden in het najaar van
1906, tot aan de ingebruikneming van het houten kerkje aan de Zanddijk op 26
december 1907, huisgodsdiensten gehouden van de nog op te richten Christelijk
Gereformeerde Gemeente van Rozenburg. Na het overlijden van Koos trok zijn
dochter Geertje en haar man Kors Kleijwegt in de woning. Kors verbouwde haver,
erwten, peen en uien die hij meestal zelf verkocht. Links het woonhuis en het
winkeltje van Bruin Noordam. In het huis op de achtergrond woonde Cor Quak,
later zijn zoon Aart.

In het midden
de woning van Cor Quak die in 1925 trouwde met Riek Bergwerff. Toen zoon Aart in
1951 met Jaantje de Jonge trouwplannen kreeg, werd er op de fundering van de
schuur achter het huis voor hen een woning gebouwd. Ook dochter Adrie en haar
man Jas de Ronde verbleven in Kalishoek, zoals dit gedeelte bij de
Rozenburgsedijk werd genoemd. Voor vader en moeder werd er in de tuin een huisje
gebouwd en trokken Adrie en Jas in de ouderlijke woning. Wim Quak trouwde in
1937 met Maria Sonneveld en zij woonden tot 1 mei 1957 in het huis rechts. In
het huis links op de voorgrond woonde Jan Quak die getrouwd was met Maria
Louwen. Na haar overlijden in 1928 trok zoon Jan met zijn vrouw Jansje Qualm en
hun twee kinderen bij vader in. De zorg om vader Quak was van korte duur, hij
overleed in 1930. In 1946 vertrok de familie Jan Quak naar de Blankenburgseweg.
Tot aan de afbraak waren de families Jan Bergwerf, Aart Quak en Kees van Leeuwen
de volgende bewoners.