
Van de
woonkernen Rozenburg, Blankenburg, Brielse Heuvel, Zanddijk en de
Landverbetering bezat Blankenburg veruit de oudste rechten. Het buurtschap
omvatte de Kerkdijk, Kalishoek en het zuidelijke deel van de Rozenburgsedijk.
Hier stonden de pastorie, 'het oude school', de smidse, meerdere bakkerijen, een
aantal winkeltjes, een café en de Hervormde Zuiderkerk. Het linkerhuis aan de
Kerkdijk werd bewoond door Jannetje, Cor en Leen van Spronsen. Tot zijn
overlijden in 1951 woonde Cornelis van der Vliet met zijn ongetrouwde zoon Arie
in het huis daarnaast. Klaas Koppert woonde met zijn zus Jansje in het volgende
huis. Verder woonden onder meer aan dit stukje Kerkdijk: Aai Rietdijk met zijn
vrouw Neeltje van der Lelij en Marinus van der Vliet die getrouwd was met
Ingetje Arendje Oosterlee.

Dit is de
achterzijde van de Kerkdijk in Blankenburg toen de afbraak in volle gang was.
Links het huis dat werd bewoond door Cornelis van der Vliet en zijn vrouw Eva
Goedendorp. Cornelis was een zoon van Arij van der Vliet en Leentje Lievaart.
Eva was een dochter van Jan Goedendorp en Annetje den Bakker. Het echtpaar kreeg
dertien kinderen. Eva overleed in 1933 op 72-jarige leeftijd. Kleindochter
Jannie nam toen de zorg voor haar opa en de nog thuis wonende oom Arie op zich.
Na haar huwelijk in oktober 1947 met Jaap van den Burg trokken ook zij in dit
huis. De in 1858 geboren Cornelis van der Vliet overleed in 1951. Arie van der
Vliet kreeg in 1961 een woning toegewezen in de Beatrixstraat. Rechts de
tijdelijke weg vanuit Rozenburg - Blankenburg die werd aangelegd door de
gemeente Rotterdam voor aansluiting met de Botlekweg.

Dit pand aan
de Kerkdijk werd gebouwd voor en door timmerman en polderontvanger Jacobus van
der Vlugt. Na zijn overlijden werd het pand gekocht door Gerrit Riedé, smid en
koopman. In 1890 vestigde zich hier bakker Aart van der Houwen, in de loop der
jaren gevolgd door zeven andere bakkers. In 1898 was dat bakker Timmers. De
volgende Maas, daarna Arie Zwijnenburg. De vierde was diens broer Dirk. Nummer
vijf was Gerrit Hendrik Vos en dan voor een korte tijd Leen Booster uit
Maassluis. Bakker Visser was de laatste die hier zijn beroep uitoefende. Rechts
het huis van Meindert Groeneveld.

Bakker Hendrik
Theodorus Visser is als bakkersjongen begonnen. Hij heeft nog een jaar in
Amerika een bakkerij met restaurant beheerd. Na flink wat gespaard te hebben kon
hij de bakkerij aan de Kerkdijk in 1924 overnemen. De brandstof voor het stoken
van de bakkersoven waren takkenbossen en boomstammetjes die werden opgeslagen
naast het huis. Visser is in 1956 met broodbakken gestopt, maar werd tot zijn
72ste nachtportier bij Verolme. Het monumentale pand werd in september 1964
gesloopt. Het huis links werd in 1922 gebouwd voor Arie Barendregt sr.

Van school af
wilde de in 1896 geboren Cornelis Pieter Langstraat bakker worden. Zijn eerste
werkgever werd bakker Zwijnenburg, daar bleef hij een half jaar om vervolgens in
Nieuw-Helvoet te gaan werken voor twee kwartjes in de week. In 1912 ging
Langstraat bij bakker Boon aan de Maassluise Veerheuvel werken. Halverwege 1921
nam Langstraat de bakkerij over van Zwijnenburg. Het pand was de voormalige
timmermanswerkplaats van Teunis Breevaart die Zwijnenburg had laten verbouwen
tot bakkerij. Door klandizie van personeel dat was betrokken bij de doorgraving
van de Westgeul in 1921, had Langstraat geen gebrek aan werk. Op 18 mei 1922
trouwde Langstraat met Adriana van der Meer. Tot 1938 werd de bakkersoven
gestookt met takkenbossen en turf, daarna worden het briketten. Het brood werd
meestal thuisbezorgd, eerst met paard en wagen en later met een auto. Ook bakker
Langstraat moest van Blankenburg verdwijnen. Hij liet in 1960 een pand bouwen in
de Wethouder van Heldenstraat, hoek Karel Doormanstraat.