HET EILAND ROZENBURG
Deel 1
Rozenburg was tot in het midden van de vorige eeuw een lang eiland. Het strekte zich uit van Vlaardingen tot aan Hoek van Holland. Toch telde het eiland amper 3100 inwoners. Dezen waren voor het merendeel werkzaam in de land- en tuinbouw.
Eeuwenlang is Blankenburg het centrum geweest. De belangrijkste woonkern is echter Rozenburg. De andere buurtschappen zijn veel kleiner. De Brielse Heuvel is gelegen aan de Staaldiepsedijk. Hier is het veer naar Brielle, staat de hervormde Westerkerk en een school. Aan het andere eind van de Staaldiepsedijk is het buurtschap De Heul gelegen. De Zanddijk is het volgende buurtschap. Ook daar staat een kerk, is er een kleine haven en brengt het veer naar Maassluis de nodige drukte. De laatste kern wordt gevormd door het bedrijvencomplex van het landbouwbedrijf de Vereniging tot Landverbetering. De overige bebouwing ligt verspreid; de huizen staan veelal gebouwd tegen, of op korte afstand van de vele dijken die het eiland kenmerken.
© 2009 Koos Prooi
Deze tekeningen mogen niet worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande toestemming van de tekenaar.
Boerderij van Dirk Jochem Vreugdenhil aan de Blankenburgseweg 1. De tekening is gemaakt vanaf de Dwarsweg. Rechts een gedeelte van de boerderij van Gijs Meulendijk. Na het vertrek van Meulendijk werd de boerderij omgebouwd tot drie woningen. Linksaf de weg richting het dorp Rozenburg en rechtsaf naar Blankenburg.
Het bedrijf van Piet Batenburg aan de Binnendijk 15 omstreeks 1957. Op de achtergrond de Grote Kerk van Maassluis. Na het overlijden van Batenburg in 1943 op 46-jarige leeftijd, werden de paarden, koeien, varkens en geiten van de hand gedaan en beheerde zijn vrouw Geertha Batenburg-Feldkamp, de tuinderij. In 1963 kwam ook voor dit bedrijf het einde door de uitbreiding van het Rotterdamse havengebied.
Het huis van
Willem Quak aan het Veerpad 8 moet oorspronkelijk een griendkeet zijn geweest
dat door zijn vader Cornelis werd verbouwd tot een stenen woning. Toen zijn
ouders overleden bleef Willem er met zijn zus Teuntje wonen. In 1925 trouwde
Willem met Maria de Ronde. Enige tijd daarna trok vader De Ronde bij hen in. Er
werden drie kinderen geboren en kwam ook nog een oude achterneef uit Den Haag in
huis. Wilgenrijshout en riet, daarmee verdiende Willem Quak een karig belegde
boterham. In 1950 werd de Brielse Maas afgesloten door een dam en dat ging ten
koste van de broodwinning van Quak. In maart 1952 vertrok de familie naar
Harderwijk. Adam Barendregt was tot mei 1956 de volgende bewoner en tot de sloop
Rijk Varekamp. In 1956 keerde de familie Quak terug naar Rozenburg. Door de
industrialisatie vertrok de familie in juli 1962 definitief van Rozenburg en
verhuisde naar Friesland.
Aan de
Kerkdijk 10 stond een boerderij die werd bewoond door broer en zus Reijer en
Leun van Gaalen. Het kende een oude geschiedenis, daar er op deze plek al in
1727 een boerderij stond die werd bewoond door Jacob van der Does. Deze
boerderij werd afgebroken en door een andere vervangen. Matthijs van Gaalen
vestigde zich daar omstreeks 1893 met zijn vrouw Jacoba Barendregt. Matthijs en
Jacoba kregen zeven kinderen, zoon Reijer en dochter Leun bleven op de boerderij
wonen en werken. Ook deze oude boerderij moest worden gesloopt voor uitbreiding
van het Rotterdamse havengebied. Als ongehuwde kwam Reijer van Gaalen niet in
aanmerking voor een vervangend bedrijf in de Noordoostpolder.
In dit huisje
aan Kerkdijk 17 woonden Jannetje, Cor en Leen van Spronsen. De woning was
eigendom van Arie Barendregt, later van zijn zoon Adriaan, waarbij Cor 35 jaar
heeft gewerkt. Een diploma van de Hollandse Maatschappij van Landbouw en een
gouden horloge van zijn werkgever ontving hij op 27 april 1957. Leen was in zijn
vrije tijd regisseur van de Rozenburgse toneelvereniging Uno-Animo. Later zijn
zij vertrokken naar Rockanje. In het verspringende huis woonde Jaap van der Burg
met echtgenote Jannie en oom Arie van der Vliet en in het huis daarachter Klaas
en Jansje Koppert. Klaas liep als koster dagelijks naar de Zuiderkerk om het
nodige te verzorgen en te controleren. Vanaf 1910 tot 1935 was hij koster van
deze kerk, daarna van de Immanuelkerk aan de Kerkweg.