
Het
is alweer geruime tijd geleden dat onze bedrijfsgeneeskundige dienst in zijn
nieuwe jasje kwam te zitten. Aan de hand van de lijsten met ziektepercentages en
ongevallen menen wij echter te kunnen stellen dat een groot aantal van onze
werknemers (gelukkig)nog niet genoodzaakt was , zich in deze nieuwe en
kraakzindelijke ruimten op te houden. Voor dezen speciaal en uiteraard ook voor
de anderen hier een plaatje en een praatje over onze medische dienst.
Het
klinkt op het eerste gezicht misschien wat onaardig dat ‘gelukkig nog niet
genoodzaakt zijn’ alsof wij onze medische staf in het geheel geen bezigheden
zouden gunnen, maar toch is dit ook het streven van onze medische staf, nl niet
alleen hulp bieden bij reeds opgetreden ziekten en ongevallen, maar vooral ook
door preventief optreden te trachten ziekten en ongelukken te voorkomen.

Het
zal u bekend zijn dat bij de BGD ook nog een aantal andere Vlaardingse bedrijven
is aangesloten en wel met name: Eerste Nederlandsche Coöperatieve
Kunstmestfabriek, met Delta Chemie; Koninklijke Hollandia NV; Nieuwe Matex (Van
Ommeren) en de werf I.S. Figee. Met uitzondering van de ENCK, die over een eigen
medische dienst beschikt, vinden de meeste medische keuringen voor de
aangesloten bedrijven, in onze eigen medische dienst plaats. Daarnaast nog
zittingen bij Hollandia, Nieuwe Matex en Figee
Onze
medische staf bestaat uit de arts K. ten Kate en onze verpleger de heer P.J. van
Iersel. In de loop van dit jaar moest de staf worden uitgebreid met een
assistente, waarvoor mej. A. van der Steen werd uitgekozen.
Onze nieuwbouw

Het resultaat van gezamenlijke
noeste vlijt staart ons nu dagelijks aan. Wij menen wel te mogen zeggen een
geheel nieuwe en fraai blikvanger aan de avondlijke horizon van Vlaardingen te
hebben toegevoegd.
Aan welke zijde men ook vanuit een
hoger gelegen punt over de daken van onze in schemerduister gehulde stad tuurt,
steeds weer wordt de blik getroffen op de hel stralende vlakken en banden van
onze nieuwe hallen.
Maar al is de nieuwbouw nagenoeg
afgesloten, daarmee is nog geen einde gekomen aan onze bouwaktiviteiten. In de
door de draaiers verlaten ruimte heerst grote bedrijvigheid: hier wordt alles in
gereedheid gebracht om nieuwe huisvesting te verlenen aan het Nohabmagazijn en
de nieuwe motorenwerkplaats. Door het scheiden van de motorreparaties van de
eigenlijke bankwerkerij komt een einde aan de ruimtenood in de laatstgenoemde
afdeling, waar vooral door de bouwwerkzaamheden voor het lage gedeelte van de
nieuwe draaierij een vrijwel onhoudbare toestand ging ontstaan.
Nieuws uit de montagehoek

Na het voeren van diverse besprekingen werd op 12 maart jl. een offerte bij de Verenigde Oliefabrieken in Zwijndrecht ingediend voor het leveren van een bolgashouder met een geometrische inhoud van 400 kubieke meter, geschikt voor de opslag van waterstofgas bij een werkdruk van 13 arm.
Op 27 maart werd onze eerste bol besteld en direkt hierna begonnen de voorbereidingen, daar de leveringstijd zeer kort gesteld was. Op 3 september waren de benodigde materialen aan de fabriek en toen begon de vervaardiging van de bol. Aangezien een bol in het algemeen op de plaats van bestemming gebouwd zal moeten worden, werd besloten deze ‘kleine’ bol door onze montageploeg in de fabriek te laten bouwen om de nodige ervaring op te doen. Hoe de bol groeide heeft iedere werknemer kunnen zien.
Als montagedatum werd vastgesteld de 19e oktober i.v.m. de te verwachten extra hoge waterstand vanwege volle maan. Met de drijvende bok Simson van Van der Tak’s Bergingsbedrijf ging de bol (gewicht 40 ton) om 10,00 uur de Vulcaanhaven uit en via de Oude Maas, met als hindernissen de Botlek-, Spijkenisse- en de Barendrechtsebrug, bereikte de bok om 14.00 uur Zwijndrecht.
Op woensdag 28 oktober 1964 was onze eerste bol gereed en opgeleverd, mede dank zij de vlotte medewerking en de vele koppen koffie van de Verenigde Oliefabrieken Zwijndrecht tijdens de werkzaamheden aldaar.